Lente op onontdekte landgoederen

Lente op onontdekte landgoederen

Met de warme periode van de afgelopen tijd, komt de lente al vroeg op gang en dat zie je natuurlijk terug in de natuur. Deze loopt zelfs drie weken voor. Voorjaarsbloeiers schieten tevoorschijn en fruitbomen tonen hun stralende bloesems.

Al die bloemenpracht werkt voor mij enorm aanlokkelijk. Ik ga op ontdekkingstocht bij twee bijzondere en naar mijn idee nog onbekende landgoederen, op zoek naar de kleuren van de lente, op zoek naar stinzenplanten.

Stinzenplanten zijn kort samengevat een groep van prachtige voorjaarsbloeiers die over het algemeen ongeveer vijf eeuwen geleden zijn aangeplant bij zogenoemde stinzen. Dit zijn verstevigde stenen huizen die dienden ter bescherming van de buitenplaatsen van de adel in Friesland, ook konden zij in het stenen huis onderduiken wanneer ze werden aangevallen.

Bij deze stinzen groeiden verscheidene exotische bollen en knollen en deze hebben zich heden ten dage verspreidt over een groot deel van Nederland. Zo ook op landgoed de Tempel op de rand van Rotterdam en landgoed te Werve in Rijswijk. Beide groene oases dichtbij of zelfs in de stad, vol met romantische hoekjes en nissen die je zelf kan ontdekken.

"een gevarieerd landschap

Ik ben dus op zoek naar de stralende lente, helaas roert maart ook zijn staart en is het een druilerige dag, desalniettemin blijft het toch een fleurige belevenis.

Landgoed te Werve is te vinden midden in Rijswijk en het landgoed spreekt me vanaf het begin gelijk aan; een gevarieerd landschap vol met kleurrijke stinzenplanten. Zo kom ik bijvoorbeeld bosanemoon, wilde narcis en holwortel tegen.

Verder zie ik naast de stinzenflora ook fraaie planten als japans hoefblad en speenkruid.

Ook word ik vergezeld door baltsende grote bonte spechten die ik zie wanneer ik net de uitbundige sleedoornbloesem passeer.

Het landhuis, dat gebouwd is in de 15de eeuw door ridder Jan Ruychrok, en het landgoed kennen een rijke historie en zijn voor zeer uiteenlopende doelen gebruikt. Dit is ook goed terug te zien in het landschap. Zo kun je om ‘De put’ heen wandelen, dit is een meer ontstaan door de winning van zand voor de bouw van het Haagse Laakkwartier.

Langs de oevers zie ik een koppeltje scholeksters lekker scharrelen. Op de plas dobberen kuifeenden en krakeenden en naar verluidt leven er ook schildpadden.

Naast het bosdeel is er onder andere een Engelse tuin, een varentuin en een opvallend, bijna misplaatst soort stukje weide. Ook hier komt de historie boven drijven. Op dit deel lag vroeger namelijk het voetbalveld, een hockeyveld en een uitzonderlijk snelle sintelbaan. ‘De Put’ was, en is overigens nog steeds, in gebruik als zwembad.

"landgoed met een natuurlijk karakter 

Het landgoed is in de 20ste eeuw eigendom geweest van de Bataafse Petroleum Maatschappij (later Shell) en deed dienst als sport en recreatieterrein voor diens medewerkers. Sinds twintig jaar is de buitenplaats stap voor stap omgevormd naar een landgoed met een natuurlijk karakter en staat er op het voormalige voetbalveld een ooievaarsnest en is het vroegere hockeyveld nu een heuse vlinderweide.

"hier heb je het idee dat je echt op ontdekkingstocht kan gaan

Landgoed de Tempel draagt een heel ander karakter met zich mee, hier heb je het idee dat je echt op ontdekkingstocht kan gaan.

Hier zijn vele afgelegen hoekjes en paadjes te vinden en ontdek je achter bijna iedere boom weer een andere wereld.

Net zoals te Werve heeft de Tempel naast vele monumentale elementen ook prachtige stinzenplanten op het terrein. Zo signaleer ik naast de boerenkrokussen, daslook en de italiaanse aronskelk. Even verderop straalt het geel van de ranonkelstruik mij tegemoet en ontdek ik zelfs (nu al) bloeiend fluitenkruid.

Na wat rondgestruind te hebben kom ik terecht aan de voorkant van het landgoed. Naast de prachtige vijver met zijn chique ornamenten staat naar men zegge de oudste zomereik van Rotterdam.

De ongeveer 175 jaar oude boom is ook echt een joekel en bovendien prachtig.

Aan de overzijde van de eik, hangt een speciaal kastje dat een ander aspect van de buitenplaats belicht. Zo is de noordrand van het landgoed een vleermuisreservaat en komen er wel zes verschillende soorten voor.

Zij vinden hun thuis in de kast en in de vele dode holle bomen op het terrein.

De dag loopt ten einde en ondanks het herfstweer, krijg ik gedurende mijn wandeling over landgoed de Tempel een echt lentegevoel, mede doordat ik op de achtergrond constant het klepperen van een ooievaarskoppel hoor en ook door het luidkeels roepen van een pauw, erg fijn!

Tenslotte wil ik graag nog even mijn hoogtepunt op beide landgoederen benoemen, namelijk, de duiventorens. Beide landgoederen hebben er één.

In de middeleeuwen was het recht om duiven te houden alleen voorbehouden aan de adel en de geestelijkheid en vandaar dat bij landgoederen vaak een duiventoren staat, als ware een statussymbool.

Bij landgoed te Werve staat de prachtige toren fier naast het landhuis. Het is bovendien een van de weinige overblijfselen op het terrein dat stamt uit de middeleeuwen. De ‘gegoede duiverij’ op te Werve maakt dan ook lustig gebruik van de chique duivenvilla.

Bij de Tempel daarentegen, staat de toren ergens achteraf. Het is lastig te vinden en in nogal slechte staat. Echter, hebben de staarmezen (in plaats van de duiven) hier maling aan en maken ze maar al te graag gebruik van deze woning op stand.

Ik voel mij na afloop van het bezoek aan de landgoederen, net als de vogels ook even een zeer edel persoon met al de lentepracht en opgedane ervaringen als mijn rijkdommen. Om landgoed Te Werve te bezoeken moet je donateur worden van de vrienden van te Werve, daarentegen is de Tempel vrij toegankelijk.

Beide landgoederen zijn te bereiken per bus. Als laatste wil ik graag Doris van den Heuvel en Loes Rademakers bedanken want die waren zo dapper om samen met mij de storm en de regen te trotseren!

hallo hier ben ik

Geen resultaten gevonden